Waarom zeg je ‘laat maar’ als je eigenlijk iets anders bedoelt?
In een aanmeldformulier voor mijn masterclass schreef een vrouw: “Als ze mij het gevoel geven dat ik er even niet bij hoor, sla ik dicht en zeg niks meer. Ze snappen er dan niks van. Als ze vragen wat er is, zeg ik: laat maar.”
Je zegt “laat maar” terwijl je iets anders bedoelt, omdat je ergens hebt geleerd dat wat je voelt er niet toe doet of gedoe oplevert. Dat heeft niets met onverschilligheid te maken en ook niet met slecht kunnen communiceren. Je beschermt jezelf ermee. Je slikt je teleurstelling in en hoopt ondertussen dat de ander toch ziet wat er speelt. Alleen staat het niet op je voorhoofd, dus dat gebeurt bijna nooit. Zo voel je je steeds minder gezien en krijgt dat oude gevoel dat je er niet toe doet telkens weer gelijk.
Ik ben Diana Arkeveld van De Authentieke Vrouw. Ik begeleid vrouwen die zijn opgegroeid met emotioneel afwezige ouders en die daardoor pleasen, zich aanpassen en hun gevoel inslikken. Vroeger deed ik dit zelf ook, heel vaak. In dit artikel lees je waarom je “laat maar” zegt, hoe je het bij jezelf herkent, waarom je verwacht dat de ander het snapt zonder dat je het zegt en wat je in plaats daarvan kunt zeggen.
Waarom zeg ik ‘laat maar’ terwijl er wel iets is?
Omdat je diep vanbinnen gelooft dat je er niet toe doet. Vanuit die overtuiging voelt “laat maar” als de veiligste keuze, ook als je er achteraf flink van baalt.
Een vriendin van mij woont in een grote stad en heeft daar een eigen parkeerplek. Toen ze op een dag thuiskwam, stond er een andere auto op. Ze zette haar auto op betaald parkeren, betaalde en liep naar huis. Onderweg kwam ze een buurman tegen. Hij had haar plek even geleend, vertelde hij, omdat hij dacht dat ze toch de hele dag weg was. Dat vond ze vast niet erg. Het ging zo vanzelf, zei ze later tegen mij, dat ze antwoordde: “Nee joh, dat geeft helemaal niks.” Vanbinnen was ze ontzettend geïrriteerd. Niet om die paar euro in de meter, maar omdat ze weer niet voor zichzelf was gaan staan.
Wat ze zei
“Nee joh, dat geeft helemaal niks.”
Wat ze voelde
Ontzettend geïrriteerd, omdat ze weer niet voor zichzelf was gaan staan.
Ik herken dat zo goed. Vroeger had ik precies hetzelfde gedaan. Dan dacht ik: laat maar, ik gooi wel een paar euro in die meter. Op mijn werk nam ik diensten over die ik niet wilde overnemen. Met vriendinnen verzette ik afspraken die me eigenlijk niet uitkwamen. En elke keer baalde ik van mezelf.
Aan de oppervlakte zijn er verschillende redenen waarom je zo reageert:
01
Je bent bang voor de reactie van de ander. Dat iemand boos wordt, dat je niet serieus genomen wordt, dat je de lieve vrede verstoort.
02
Er gelden ongeschreven regels. In je familie, op je werk of bij de sportclub doe je dat nu eenmaal zo, en dan zeg je niet zomaar nee tegen die bardienst.
03
Je bent bang om afgewezen te worden. Je wilt erbij horen en je wilt dat mensen je leuk vinden.
04
Je hebt geen handvatten. Je merkt wel dat je geïrriteerd bent, alleen weet je op dat moment niet wat je anders zou kunnen zeggen.
Daaronder zit iets diepers: een onbewuste overtuiging. Ik doe er niet toe. Ik ben niet belangrijk. Ik ben niet goed genoeg. Als je dat diep vanbinnen gelooft, ga je ook reageren alsof je er niet toe doet. Dan voelt het helemaal niet nodig om er iets van te zeggen. Laat die ander maar op die plek staan, het gaat vanzelf over.
Dit is wat pleasen is, zoals ik het zie: je voelt je grens wel, alleen spreek je hem niet uit. “Laat maar” is daar de kortste vorm van.
Er zit nog iets onder. Je verdriet of je teleurstelling delen voelt spannend, omdat je ooit hebt geleerd dat mensen weggaan op het moment dat je je behoeftes en gevoelens laat zien. Dan is zwijgen veiliger.
Podcast De Authentieke Vrouw · #117
Niet voor jezelf gaan staan. Jij zegt: geeft niets terwijl je baalt als een stekker.
Hoe herken je dat je je gevoelens niet uitspreekt?
Je herkent het aan de kleine zinnen die je er op de automatische piloot uitgooit, terwijl je vanbinnen iets anders voelt. Let er een week op en je hoort ze waarschijnlijk vaker dan je denkt.
“Geeft niet, is helemaal niet erg.”
“Maakt niet uit, kies jij maar.”
“Oh, dan eet ik wel wat anders.”
“Natuurlijk verzetten we die afspraak.”
“Laat maar, ik doe het wel zelf.”
“Er is niks.”
Een vrouw die mijn cursus over hechtingsstijlen volgde, schreef dat dit voor haar het meest confronterende inzicht was: “Dat ik me terugtrek in mezelf. Laat maar. Ik doe het wel zelf. Ook een soort van hardheid naar mezelf.”
Soms is het geen zin, maar een reactie van je lijf. Je klapt dicht. Een klant van mij merkte dat ze helemaal blokkeerde als ze een vraag niet meteen kon beantwoorden. Toen we samen keken waar dat vandaan kwam, kwam ze uit bij haar vader. Hij zette haar vroeger onder druk om te praten en werd boos als het hem te lang duurde. Zij leerde daaruit: ik heb weinig te vertellen over wat ik voel, ik moet me niet aanstellen, ik laat de ander wel kiezen, ik vind alles prima.
Dat laatste hoor ik heel vaak. “Ik vind alles prima” lijkt op geen mening hebben, maar meestal klopt dat niet. Als de ander kiest, kun je het niet fout doen. Dat is simpelweg veiliger. Dichtklappen is een overlevingsmechanisme waarmee je systeem je beschermt. Het is niet je karakter.
Belangrijk om erbij te zeggen: het gaat om een patroon, niet om één keer. Iedereen zegt weleens “laat maar” als iets er echt niet toe doet. Herken je het steeds opnieuw, bij je partner, je ouders, je vriendinnen en op je werk, dan is het de moeite waard om ernaar te kijken.
Waarom verwacht ik dat de ander begrijpt wat ik bedoel zonder dat ik het zeg?
Omdat je hoopt dat iemand je eindelijk ziet zonder dat je erom hoeft te vragen. Alleen kan niemand in je hoofd kijken. Het is aan jou om te vertellen wat er in je omgaat.
Ik weet dat dat niet het leukste is om te horen. Neem een heel gewone situatie. Je hebt een leuke dag met je partner. Aan het eind ben je moe en overprikkeld, je wordt stiller en trekt je terug. Hij merkt het niet op. ’s Avonds zeg je: hoe kan het nou dat je niet hebt gezien dat ik me niet lekker voel? En hij denkt: we hadden toch een leuke dag?
Ik gebruik vaak het voorbeeld van de bakker. Stel dat ik binnenloop en de mevrouw achter de toonbank vraagt waarmee ze me kan helpen. Ik zeg: doe maar iets. Ze heeft stokbrood, bolletjes, taartjes en koekjes. Grote kans dat ik met chocola naar huis ga terwijl ik voor brood kwam. En toch is dat precies wat we van onze partner verwachten: dat hij van ons voorhoofd afleest wat we nodig hebben. Kijk maar in de spiegel. Het staat er niet.
Bij de bakker
Waarmee kan ik je helpen?
Doe maar iets.
stokbrood · bolletjes · taartjes · koekjes
Kijk maar in de spiegel. Het staat er niet.
In de intakes lees ik dit vaak terug rond het huishouden. Een vrouw schreef dat ze haar verwachtingen over koken, boodschappen en het huishouden lang niet altijd uitsprak naar haar kinderen en haar partner. Kwam ze thuis van haar werk en had niemand aan eten gedacht, dan had ze het gevoel dat ze alles alleen moest doen. “Dan voel ik mij heel erg zielig en kan ik echt boos en geïrriteerd zijn.”
Dat het zo hard binnenkomt als iemand je niet aanvoelt, heeft zelden met nu te maken. Het opent oude pijn: al die keren dat je vroeger niet gezien werd. Dan denk je niet: hij merkt iets niet op, laat ik zeggen wat er speelt. Dan voelt het als: ik besta blijkbaar niet voor jou.
Dat betekent niet dat je niets mag verwachten. In een gezonde relatie mag je verwachten dat de ander interesse in je toont, signalen oppikt, vraagt hoe het echt met je gaat en rekening houdt met je gevoel. Alleen kan niemand continu je binnenwereld dragen zonder dat je erover praat. Dan word je meer moeder en dochter dan partners en zijn jullie niet meer gelijkwaardig. Een relatie is geen raadspelletje.
Laat maar.
Leer zeggen wat er in je omgaat, zonder raadspelletje
Gratis 4-daagse · 3 t/m 6 november
Waar komt moeite met je gevoelens uiten vandaan?
Meestal uit je jeugd. Als je opgroeit met emotioneel afwezige ouders, leer je dat je behoeftes er niet mogen zijn. Dan ga je ze ook niet meer uitspreken.
Met emotioneel afwezige ouders bedoel ik ouders die niet konden zien wat er in jou omging. Groei je op met ouders die dat wel zien, dan leer je: wat ik voel mag er zijn, mijn behoeftes zijn oké, er wordt naar me geluisterd. Niet dat je altijd je zin krijgt, wel dat het er mag zijn. Groei je op zonder die ruimte, dan leer je het omgekeerde: wat ik voel, wat ik ervaar en wat ik nodig heb, doet er niet toe.
Wel gezien
Wat ik voel mag er zijn, mijn behoeftes zijn oké, er wordt naar me geluisterd.
Niet gezien
Wat ik voel, wat ik ervaar en wat ik nodig heb, doet er niet toe.
Vaak hoorde je dat ook letterlijk. Stel je niet zo aan. Zeur niet. Zo erg is het niet. Je bent te gevoelig. Als je binnenwereld elke keer ter discussie wordt gesteld, leer je dat je niet mag zeggen wat je nodig hebt, omdat daar een consequentie op zit. Je wordt erop afgewezen. Dus ga je het anders brengen, of je zegt helemaal niets meer.
“Ik zag veel, voelde veel, maar veel werd geslikt, niet over gepraat.”
In veel gezinnen werd er ook gewoon niet gepraat. Een vrouw schreef in haar intake over haar ouderlijk huis: “Ik zag veel, voelde veel, maar veel werd geslikt, niet over gepraat.” Als dat je normaal was, is het logisch dat je als volwassene niet vanzelf weet hoe je je uitspreekt. Ik vergelijk het met fietsen. Als je dat nooit geleerd hebt, stap je op je veertigste ook niet zomaar op om weg te rijden. Daar is oefening voor nodig.
Ik wil hier wel mild blijven, ook naar je ouders. Het zijn meestal geen slechte mensen. Veel van onze ouders zijn opgevoed door ouders die na de oorlog het land moesten opbouwen: niet zeuren, niet piepen, gewoon doorgaan. Zij hebben het zelf ook nooit geleerd. Je kunt niet doorgeven wat je niet weet.
Wat gebeurt er als je je gevoelens blijft inslikken?
Het verdwijnt niet. Het stapelt zich op, het komt er later uit als boosheid of als verwijt en de overtuiging dat je er niet toe doet wordt telkens opnieuw bevestigd.
Elke keer dat je “laat maar” zegt en de ander pikt het niet op, krijgt je systeem een nieuw bewijs: zie je wel, ik ben niet belangrijk. Hoe vaker dat gebeurt, hoe verder je wegzakt in wat ik de negatieve spiraal noem. Je raakt gefrustreerder en je gaat steeds slechter voor jezelf zorgen. Ik zeg weleens dat je zo vanzelf een zeurderige Tante Marie wordt, die op elke verjaardag klaagt. Dat wil niemand worden.
“Laat maar.” →
De ander pikt het niet op →
Zie je wel, ik ben niet belangrijk ↺
Wat je inslikt, komt vaak op een ander moment en bij een ander persoon naar buiten. Een vrouw schreef in haar intake: “Op het werk klap ik dicht, maar thuis kan ik best ontploffen.” Of het komt eruit als verwijt. Jij helpt ook nooit in het huishouden. Jij belt mij nooit. Je bent altijd met jezelf bezig.
Onder elk verwijt zit een behoefte. “Jij hebt nooit tijd voor mij” betekent eigenlijk: ik mis je, ik wil graag iets leuks met je doen. Alleen hoort de ander dat niet. Die hoort kritiek, denkt dat hij iets fout doet en gaat zich verdedigen, terugvechten of afstand nemen. Dan bereik je precies het tegenovergestelde van wat je nodig hebt, en word je opnieuw geraakt in die oude wond.
Het verwijt
“Jij hebt nooit tijd voor mij.”
De behoefte eronder
Ik mis je, ik wil graag iets leuks met je doen.
Onder boosheid zit verdriet. Ik was vroeger zelf een mevrouwtje wantrouwen, met heel veel boosheid. Achteraf zie ik dat het voor mij ook een manier was om mensen weg te jagen, zodat ik het heft in handen had en zij niet zelf weggingen. Eigenlijk durfde ik niet te laten zien wat ik voelde, uit angst dat de ander dan zou weggaan.
En dan blijft er eenzaamheid over. Je bent met mensen, je regelt van alles voor iedereen en toch voel je je alleen, omdat niemand weet wat er werkelijk in je omgaat.

Wil je uit die spiraal stappen?
Gratis challenge Had dat dan gezegd · 3 t/m 6 november
Hoe zeg je wat je werkelijk voelt in plaats van ‘laat maar’?
Door eerst te merken dat je het doet, dan uit te zoeken wat je eigenlijk nodig hebt en dat uit te spreken als behoefte in plaats van als verwijt. Dat is oefenen en het gaat met vallen en opstaan.
Stap 1
Merk op hoe vaak je “laat maar” zegt
Begin met zien dat je het doet. Tel eens een dag lang hoe vaak je “geeft niet” of “maakt niet uit” zegt terwijl het je wel iets doet. Je hoeft het nog niet anders te doen. Opmerken is al een begin.
Oefening
Zet vandaag elke keer een streepje als je merkt dat je “laat maar” zegt. Kijk vanavond hoeveel het er zijn.
Stap 2
Vraag jezelf wat je nodig hebt
Merk je irritatie of teleurstelling, dan zit daar een behoefte onder. Stel jezelf een van deze vragen: wat heb ik nodig, wat wil ik, of wat zou ik fijn vinden? Veel vrouwen vinden die eerste vraag lastig. Dan werkt de laatste vaak beter. Ik zou het fijn vinden als hij mij ook eens belt. Daar ligt je behoefte.
Wat heb ik nodig?
Wat wil ik?
Wat zou ik fijn vinden?
Stap 3
Spreek het uit als behoefte, niet als verwijt
Begin bij jezelf, met “ik merk dat”. Een paar voorbeelden:
In plaats van
“jij belt ook nooit”
Zeg je
“Ik merk dat ik vaak degene ben die belt. Ik zou het heel leuk vinden als jij mij ook eens belt.”
In plaats van
stil worden na een drukke dag
Zeg je
“Hé, ik merk dat ik een beetje overprikkeld ben. Ik heb nu even tijd voor mezelf nodig.” Of een knuffel, of samen op de bank. Wat het voor jou ook is.
In plaats van
“jij helpt ook nooit”
Zeg je
“Ik zou het huishouden graag samen doen. Kunnen we het daarover hebben?”
De magische zin
Kunnen we het daarover hebben?
Die laatste zin noem ik de magische zin: kunnen we het daarover hebben? Daarmee begin je een gesprek en geen discussie. Meer over hoe je dat stap voor stap aanpakt, lees je in mijn blog over je behoeftes uiten.
En die parkeerplek? Ik zou mijn auto erachter hebben gezet met de alarmlichten aan en vriendelijk hebben gevraagd van wie die auto was, en of diegene hem wilde verzetten. Niet boos, gewoon met een open, onderzoekende blik. Er kan ook een goede reden zijn waarom iemand daar even staat.
Stap 4
Herken het dichtklappen en kies bewust
Als je dichtklapt, reageert je systeem automatisch. Het denkt dat je weer dat kleine meisje van vroeger bent, en de persoon tegenover je wordt als het ware je vader of moeder. Dat herkennen helpt al. Daarna kun je je gedachten shiften: in plaats van automatisch reageren, kies je bewust hoe je wilt reageren. Door telkens te ervaren dat er niets ergs gebeurt als je iets zegt, leert je systeem dat het veilig is.
Ik beloof je niet dat het in één keer lukt. Het gaat om een patroon dat er vaak al jaren in zit. Voel vooral hoe het bij jou is en begin klein.
Laat maar.
Oefen het samen met mij, vier dagen lang
Gratis 4-daagse · 3 t/m 6 november
Wat als de ander er dan nog steeds niet op ingaat?
Dan is dat informatie. Spreek je je behoefte duidelijk uit en reageert de ander structureel niet, bagatelliseert hij het of ontwijkt hij het, dan heeft het niets meer met aanvoelen te maken. Dan is de ander emotioneel niet beschikbaar.
Eerst iets wat ik er eerlijk bij moet zeggen: de ander mag ook nee zeggen. Als je vraagt of iemand je ergens bij wil helpen, zijn er twee antwoorden mogelijk, en ja is niet beter dan nee. Een nee is ook informatie. Dan ben je zelf weer aan zet om goed voor jezelf te zorgen.
Ja
is niet beter dan
Nee
Het wordt anders als je het steeds opnieuw aangeeft en er niets gebeurt. Dan weet je waar je staat. Ik maak daar zelf radicale keuzes in, in vriendschappen en in liefdesrelaties. Bij familie wil je dat misschien niet en dat hoeft ook niet. Dan zoek je een manier om ermee om te gaan en blijf je zacht voor jezelf.
Die keuze kun je wel pas maken als je eerst zelf je binnenwereld hebt gedeeld. Je partner verwijten dat hij je niet snapt, terwijl je nooit hebt gezegd wat er in je omgaat, is iets anders. Mijn eigen ervaring is dat mijn omgeving heel anders ging reageren vanaf het moment dat ik begon te vertellen wat er in mij omging.
Tot slot
Je zegt “laat maar” niet omdat het je niets kan schelen. Je beschermt jezelf ermee, op een manier die je ooit hebt geleerd. Ergens heb je geleerd dat wat je voelt er niet toe doet, of dat het gedoe oplevert als je het zegt. Dus slik je het in en hoop je dat de ander het toch ziet. Alleen staat het niet op je voorhoofd.
Misschien herken je jezelf in mijn vriendin met de parkeerplek, of in de vrouw die thuiskomt en ziet dat niemand aan eten heeft gedacht. Dat zegt niets over wie je bent. Het is een patroon en dat kun je leren herkennen.
Wat er verandert als je het anders gaat doen, lees ik in de evaluaties die vrouwen invullen. Een vrouw schreef na Next Level: “Ik communiceer minder vanuit mijn verdediging en meer vanuit mijn behoefte. Ik durf te zeggen wat iets met me doet, zonder de ander de schuld te geven.” Een ander schreef halverwege Master Your Life: “Ik durf me nu uit te spreken en durf te voelen.”
“
Ik communiceer minder vanuit mijn verdediging en meer vanuit mijn behoefte. Ik durf te zeggen wat iets met me doet, zonder de ander de schuld te geven.
Deelnemer Next Level
“
Ik durf me nu uit te spreken en durf te voelen.
Deelnemer Master Your Life
Het begint bij één keer niet “laat maar” zeggen, maar: ik merk dat. Kunnen we het daarover hebben?
Gratis challenge · 3 t/m 6 november
Van ‘laat maar’ naar zeggen wat je werkelijk voelt
Wil je hier verder mee, dan ben je welkom bij mijn gratis challenge Had dat dan gezegd, van 3 tot en met 6 november. In vier dagen kijken we samen waarom je inhoudt wat je bedoelt, welk patroon je hebt als het spannend wordt en wat je kunt zeggen op de momenten waarop een gesprek nu vastloopt. Je krijgt geen losse communicatietrucjes. We kijken naar wat er in je gebeurt op het moment dat je reageert. De challenge bestaat uit twee livesessies met mij en twee online lessen.
